Krijgt een werkgever een loonsanctie, dan stopt de loondoorbetaling bij ziekte niet na twee jaar, maar loopt die door in een derde jaar. UWV verplicht de werkgever dan om maximaal 52 weken (een jaar) langer loon te betalen, omdat de re-integratie-inspanningen onvoldoende zijn geweest. De kosten van een loonsanctie voor de werkgever lopen daardoor snel op tot tienduizenden euro’s, en dat is nog los van de indirecte lasten. In dit artikel lees je precies waaruit die kosten bestaan, hoe je ze berekent en vooral hoe je ze voorkomt.
Wat is een loonsanctie voor de werkgever?
Na 104 weken ziekte kan uw werknemer een WIA-uitkering aanvragen. UWV beoordeelt op dat moment het re-integratiedossier met de RIV-toets op het re-integratieverslag. Concludeert UWV dat de werkgever zonder deugdelijke grond te weinig heeft gedaan aan herstel of werkhervatting, dan volgt een loonsanctie: een verplichte verlenging van de loondoorbetaling met maximaal 52 weken.
Een loonsanctie is dus geen boete in de klassieke zin, maar een verlengde verplichting. Tijdens die extra periode geldt bovendien een opzegverbod: u kunt de arbeidsovereenkomst niet beëindigen zolang de sanctie loopt. Ook de re-integratieplicht loopt gewoon door, want UWV verwacht dat u de tekortkomingen herstelt. De precieze redenen waarop UWV toetst, leest u in het artikel over de UWV-loonsanctie en poortwachter. De regels rondom deze toets staan in de Wet verbetering poortwachter.
Wat kost een loonsanctie? (rekenvoorbeeld)
De grootste kostenpost is de loondoorbetaling zelf. In het derde ziektejaar betaalt u meestal minimaal 70 procent van het loon door, tenzij uw cao een hoger percentage voorschrijft. Een rekenvoorbeeld maakt de omvang concreet.
Stel: een werknemer heeft een bruto maandsalaris van 3.500 euro. Bij een loondoorbetaling van 70 procent betaalt u dan ongeveer 2.450 euro bruto per maand door. Over de maximale sanctieperiode van twaalf maanden komt dat neer op circa 29.400 euro alleen aan brutoloon. Ligt het salaris hoger of schrijft uw cao een hoger percentage voor, dan valt de rekening navenant hoger uit. Dit bedrag is nog exclusief alle bijkomende kosten die hieronder aan bod komen.
Deze cijfers zijn illustratief: de werkelijke kosten van een loonsanctie hangen af van het salaris, de cao-afspraken en de duur van de sanctie. Duidelijk is wel dat één misstap in het dossier al snel een jaarsalaris aan extra lasten betekent.
Bijkomende kosten van een loonsanctie
De loondoorbetaling is niet de enige rekening. Rond het salaris lopen diverse posten mee die de totale kosten van een loonsanctie voor de werkgever fors verhogen:
- Opbouw van vakantiegeld en pensioen. Over het doorbetaalde loon bouwt de werknemer gewoon vakantiegeld op, en ook het werkgeversdeel van de pensioenpremie loopt door.
- Werkgeverslasten. Sociale premies en overige werkgeverslasten blijven verschuldigd over het doorbetaalde loon, waardoor de werkelijke last hoger is dan het brutobedrag alleen.
- Doorlopende re-integratieplicht. U moet blijven investeren in begeleiding, bijvoorbeeld in een tweede spoor traject, inclusief de kosten van een re-integratiebureau, onderzoeken en interventies.
- Geen opzegging tijdens de sanctie. Door het opzegverbod kunt u de arbeidsovereenkomst niet beëindigen zolang de loonsanctie loopt, ook niet als terugkeer onwaarschijnlijk is.
- Uitgestelde WIA-instroom. De WIA-beoordeling schuift op, waardoor ook de financiële afwikkeling langer op zich laat wachten.
Bij elkaar opgeteld overstijgen deze bijkomende kosten van een loonsanctie vaak de kale loonsom. Een sanctie raakt daarmee niet alleen de kas, maar ook de planning en de personele bezetting.
Hoe voorkom je de kosten van een loonsanctie?
De beste manier om de kosten van een loonsanctie te vermijden, is een tijdig en onderbouwd re-integratietraject. UWV verwacht dat u schakelt zodra duidelijk is dat terugkeer in eigen of aangepast werk niet haalbaar is. Wacht u te lang, dan is een tijdige start van re-integratie tweede spoor vaak niet meer op tijd te repareren, en dat is precies waar sancties op ontstaan.
Even belangrijk is de kwaliteit van uw dossier. UWV toetst niet of de re-integratie is gelukt, maar of u aantoonbaar alles hebt gedaan wat redelijk was. Zorg daarom voor een UWV-proof re-integratiedossier waarin elke stap herleidbaar is: probleemanalyse, plan van aanpak, evaluaties en bijstellingen. Een consistent dossier waarin keuzes zijn onderbouwd, is de meest effectieve verzekering tegen een loonsanctie en de bijbehorende kosten.
Meer informatie bij het UWV
De officiële regels en actuele bedragen of termijnen vind je bij UWV over de beoordeling van het re-integratieverslag. Die kunnen wijzigen, dus controleer ze bij een concrete situatie altijd bij de bron zelf.
Loonsanctie gekregen? Zo beperk je de kosten
Heeft UWV een loonsanctie opgelegd, dan is de schade nog niet in beton gegoten. Begin met het precies vertalen van de sanctiereden naar concrete herstelacties. Verwijt UWV u een te late of te magere inzet van spoor 2, dan moet het traject aantoonbaar intensiveren. Gaat het om ontbrekende onderbouwing, dan vult u die alsnog aan.
Zodra u de tekortkoming aantoonbaar hebt hersteld, kunt u UWV vragen de loonsanctie te bekorten. Herstelt u de fout snel en goed, dan hoeft u niet de volledige 52 weken uit te betalen en beperkt u de kosten. Snelheid en dossierkwaliteit bepalen hier het verschil: hoe eerder het herstel aantoonbaar is, hoe korter de sanctie en hoe lager de rekening. Een goed ingericht tweede spoor traject helpt om die herstelacties professioneel en verdedigbaar uit te voeren.
Voor werkgevers: een tijdig, UWV-proof traject voorkomt deze kosten in de eerste plaats. Care4Careers verzorgt het volledige re-integratie tweede spoor voor werkgevers, van dossieropbouw tot UWV-proof rapportage en plaatsing. Zo houdt u de regie en voorkomt u dat een loonsanctie u een duur derde ziektejaar kost.